Bij digitaal dicteren in combinatie met spraakherkenning kan de auteur en/of het secretariaat met spraakherkenning werken. Als de auteur met spraakherkenning werkt, gaat het proces als volgt. De auteur spreekt de tekst rechtstreeks in een document in en de tekst verschijnt direct op het scherm. Het tekstbestand kan door de auteur zelf worden gecorrigeerd, maar kan dit ook overlaten aan het secretariaat. Uiteindelijk wordt het document afgehandeld en op de juiste locatie opgeslagen.
Als het secretariaat met spraakherkenning werkt, zal de auteur de tekst als een geluidsbestand inspreken. De workflowsoftware zorgt ervoor dat het bestand beschikbaar wordt voor het secretariaat. Het secretariaat kan met behulp van een headset de tekst afluisteren en met een voetpedaal vooruit- en achteruitspoelen. Met behulp van de headset en spraakherkenningssoftware kan het secretariaat de tekst direct in een document inspreken en corrigeren. Het tekstbestand (bijvoorbeeld Microsoft Word) wordt vervolgens op de juiste locatie opgeslagen. Het Microsoft Word bestand kan eventueel nog worden omgezet in een PDF-document met behulp van PDF-software.