Wat is decubitus en hoe kun je het behandelen? Die vraag is belangrijk wanneer een cliënt langdurig zit of ligt en niet zelfstandig van houding kan veranderen. Een drukplek kan pijnlijk zijn en gevolgen hebben voor bewegen, slapen en dagelijkse verzorging.
Decubitus is plaatselijke schade aan de huid en/of het onderliggende weefsel door druk, of druk in combinatie met schuifkrachten. Vaak ontstaat de schade boven een botuitsteeksel, zoals bij de hielen, stuit, heupen of zitbeenknobbels. Ook medische hulpmiddelen kunnen plaatselijk druk veroorzaken.
Vroeg herkennen en de druk verminderen zijn daarom essentieel. Is er al huid- of weefselschade? Dan zijn ook professionele beoordeling en een passend behandelplan nodig.
Hoe ontstaat decubitus?
Wanneer weefsel langdurig wordt samengedrukt, kunnen de doorbloeding en zuurstofvoorziening verminderen. Ook vervorming van het weefsel speelt een rol bij het ontstaan van schade.
Schuifkrachten ontstaan bijvoorbeeld wanneer een cliënt onderuitzakt in bed: de huid blijft relatief op haar plaats, terwijl het lichaam naar beneden beweegt. Daardoor worden onderliggende weefsels belast.
Het risico neemt toe wanneer iemand weinig beweegt, minder gevoel heeft of een kwetsbare huid, verminderde doorbloeding of slechte voedingstoestand heeft. Vocht door incontinentie of transpiratie kan de huid extra kwetsbaar maken. Ook een slangetje onder het lichaam verdient aandacht.
Hoe herken je beginnende decubitus?
Let op een blijvende verkleuring, plaatselijke pijn en veranderingen in temperatuur of stevigheid van de huid. Bij een lichte huid kan niet-wegdrukbare roodheid een eerste signaal zijn. Bij een donkere huid is roodheid soms moeilijker zichtbaar. Vergelijk de plek daarom ook met de omliggende huid.
Zorgprofessionals onderscheiden verschillende categorieën:
| Categorie | Wat kan zichtbaar zijn? |
|---|---|
| 1 | Intacte huid met niet-wegdrukbare roodheid. Bij een donkere huid kan de verkleuring anders zichtbaar zijn. |
| 2 | Gedeeltelijk huidverlies met een oppervlakkige wond of een met helder vocht gevulde blaar. |
| 3 | Volledig huidverlies, waarbij onderhuids vet zichtbaar kan zijn. |
| 4 | Diep weefselverlies, waarbij bijvoorbeeld spieren, pezen of bot zichtbaar of voelbaar zijn. |
Daarnaast bestaan niet-classificeerbare wonden en diepe weefselbeschadiging. De categorieën beschrijven de schade; een wond doorloopt niet noodzakelijk alle categorieën. Laat de beoordeling over aan een deskundige zorgprofessional.

Hoe kun je decubitus behandelen?
Behandeling begint met het verminderen van druk op de aangedane plek en het achterhalen van de oorzaak. Een verpleegkundige, arts of wondverpleegkundige beoordeelt de wond en stelt een passend wondbeleid op.
Daarbij horen afspraken over wondverzorging, pijn, houding, hulpmiddelen en voeding. Ook tijdens de behandeling blijven preventieve maatregelen nodig om verdere schade en nieuwe drukplekken te beperken.
Vermoed je decubitus? Laat de plek beoordelen en wacht niet tot er een open wond ontstaat. Neem bij koorts, pus, een warme of gezwollen huid rondom de wond of ernstige of toenemende pijn dezelfde dag contact op met een arts.
Wat kun je dagelijks doen om decubitus te helpen voorkomen?
Een goede aanpak bestaat uit meerdere maatregelen die op elkaar aansluiten:
- Beoordeel het risico. Kijk naar mobiliteit, huidconditie, voeding en veranderingen in de gezondheid.
- Controleer de huid. Let dagelijks op kwetsbare plaatsen en op druk door medische hulpmiddelen.
- Wissel de houding. Maak afspraken die passen bij de cliënt, het gebruikte matras en de reactie van de huid.
- Ondersteun bewegen. Stimuleer wat de cliënt zelf kan en organiseer passende hulp.
- Verzorg de huid. Houd deze schoon en bescherm tegen langdurige blootstelling aan vocht.
- Let op voeding. Bespreek onvoldoende eten, drinken of onbedoeld gewichtsverlies met de behandelaar.
Leg de afspraken vast in het zorgplan. Zo weten collega’s welke ondersteuning nodig is en wanneer de aanpak moet worden aangepast. De richtlijn Decubitus van V&VN biedt hiervoor praktische handvatten.
Welke hulpmiddelen kunnen ondersteunen bij decubitus?
Een drukverlagend matras helpt de belasting over het lichaam te verdelen. Er bestaan verschillende uitvoeringen, waaronder schuim- en luchtsystemen. De keuze hangt af van onder meer het risico, de huidconditie, het lichaamsgewicht en de bewegingsmogelijkheden. Bekijk de zorgmatrassen van Health2Work.
Bij langdurig zitten kan een passend drukverdelend zitkussen ondersteunen. Beoordeel daarbij ook de stoel, zithouding en zitduur. Een algemeen comfortkussen is niet automatisch geschikt voor decubituspreventie. Gebruik hiervoor geen ring- of donutkussen: de randen kunnen juist extra druk veroorzaken.
Wat zegt onderzoek over drukverlagende matrassen?
In de PRESSURE 2-studie werden wisseldrukmatrassen en hoogwaardige schuimmatrassen vergeleken bij 2.029 ziekenhuispatiënten met een verhoogd risico op decubitus. Op het primaire meetmoment was er onvoldoende bewijs voor een verschil tussen beide groepen in de tijd tot het ontstaan van nieuwe decubitus van categorie 2 of hoger.
Dat betekent niet dat matraskeuze onbelangrijk is. Het onderzoek onderstreept dat de keuze moet aansluiten bij onder meer de huidconditie, bewegingsmogelijkheden en voorkeuren van de cliënt. Eén algemeen preventiepercentage doet die verschillen onvoldoende recht.

Hoe ondersteun je wisselligging zonder onnodige fysieke belasting?
Regelmatig van houding veranderen kan voor een cliënt én zorgverlener belastend zijn. Een hulpmiddel kan de uitvoering ondersteunen.
Denk aan positioneringskussens om een afgesproken houding te ondersteunen en glijlakens voor het verplaatsen in bed. Ook wissellig- en draaisystemen kunnen passend zijn. Sommige systemen ondersteunen een handeling door de zorgverlener, andere verzorgen ingestelde houdingsveranderingen.
Stem de keuze af op de cliënt, het bed, het matras en de zorgtaak. Zorg daarnaast voor instructie aan medewerkers. Een systeem neemt de beoordeling van de huid en het effect van de houding niet over.
Conclusie
Wat is decubitus en hoe kun je het behandelen? Een effectieve aanpak begint met vroeg signaleren, druk verminderen en professionele beoordeling. Huidzorg, voeding, houdingsverandering en passende hulpmiddelen vullen elkaar aan.
Kijk daarom naar de volledige zorgsituatie: wat heeft de cliënt nodig en hoe kunnen medewerkers die ondersteuning goed uitvoeren? Health2Work denkt mee over hulpmiddelen en ergonomisch werken rond het bed.